Escher Museum (met een kind)
Musea zijn fantastisch.
Met kinderen is het alleen vaak eerder kunst kijken in sneltreinvaart.
Ik kende Escher een beetje.
Of beter gezegd: ik had vooral die in elkaar grijpende patronen van vogels en vissen in mijn hoofd, trappen die nergens heen gaan en, in het algemeen, dat hele spel met ruimte en patronen.
Dus ik dacht dat het Escher Museum eigenlijk best een goed idee was om een ochtend door te brengen met Jean-Loup, die nog niet naar school gaat.
Ik had het zelfs slim aangepakt. Ik had hem verteld dat er een kunstwerk met slangen was.
Zo kreeg ik hem mee.
Dinosaurussen waren natuurlijk nog efficiënter geweest, maar je kunt ook weer niet té veel tegen kinderen liegen.
Goed.
Onze eerste culturele uitstap in Den Haag.
Go.
Wat ik alleen niet had voorzien, was dat Jean-Loup, eenmaal in het museum, nog maar één doel in zijn leven had: DE SLANG ZIEN.
Niet Eschers vroege werk. Niet zijn reizen. Niet zijn Italiaanse landschappen. Niet zijn grafische experimenten.
De slang.
Het probleem was dat die bewuste slang pas in de vijfde zaal hing.
Dus gingen we door de eerste vier zalen aan een tempo dat niet bepaald ideaal was om je kunsthistorische kennis uit te breiden.
Ik slaagde er toch in om onderweg een paar prachtige houtsneden te zien, dorpjes die tegen bergen lijken aangeplakt, onmogelijke architectuur en allerlei dingen waar ik graag wat langer naar had gekeken.
Maar… de slang.
Uiteindelijk vonden we hem.
Ik weet niet precies wat Jean-Loup ervan verwachtte. Waarschijnlijk iets nét iets spectaculairders.
We maakten er een foto voor, zoals een visser die eindelijk die ene grote vis heeft gevangen.
Hij was tevreden.
Daarna gingen we de rest van de tentoonstelling weer in sneltreinvaart afwerken.
Uiteindelijk denk ik toch dat hij het best leuk vond.
Zijn officiële oordeel was: “Mwah.”
Wat in het beoordelingssysteem van een vijfjarige misschien eigenlijk helemaal niet zo slecht is.
En toen was er natuurlijk nog de museumwinkel.
De toegang is gratis voor kinderen, dus tot dan toe vond ik de hele onderneming cultureel én financieel behoorlijk briljant.
Dat was buiten de verkoopster gerekend, die hem met zoveel enthousiasme een ansichtkaart in zijn handen duwde dat terugkrabbelen sociaal gezien onmogelijk werd.
Ik was zwak. Ik was moe. Ik had het hele museum achter een slang aan gerend.
Ik betaalde de 3 euro.
Kortom
Het Escher Museum is echt een bezoek waard.
Alleen al omdat Escher zo’n unieke kunstenaar is, met werk dat eigenlijk nergens anders op lijkt.
Ik zou er trouwens graag nog eens naartoe gaan.
Alleen. Op mijn eigen tempo. En misschien zelfs de eerste vier zalen echt bekijken.
Wat museumbezoeken met kinderen betreft, heb ik alvast een eerste conclusie:
als het even kan, neem ze pas mee wanneer hun sociale ontwikkeling volledig voltooid is.
En als dat niet mogelijk is: vertel ze vooral nooit over de slang.